bijbedoeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·be·doe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijbedoeling bijbedoelingen
verkleinwoord bijbedoelinkje bijbedoelinkjes

Zelfstandig naamwoord

bijbedoeling v

  1. een andere heimelijke bedoeling naast die degene die men aangeeft
    • Hij zei het werk vrijwillig te doen, maar zijn bijbedoeling was snel geld verdienen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.