bijtijds

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·tijds
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

bijtijds

  1. ruim binnen de beschikbare tijd
    Als je bijtijds vertrekt hoef je je niet te haasten.
    Hij had al zijn werkstukken bijtijds ingeleverd.
Synoniemen
Vertalingen