bijtoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·toon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijtoon bijtonen
verkleinwoord bijtoontje bijtoontjes

Zelfstandig naamwoord

bijtoon m

  1. (muziek) toon naast de hoofdtoon
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.