bijenstal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Bijenkasten in een bijenstal
Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·en·stal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijenstal bijenstallen
verkleinwoord bijenstalletje bijenstalletjes

Zelfstandig naamwoord

bijenstal m [1]

  1. een plaats waar een aantal bijenkorven of bijenkasten (onder een afdak) zijn verzameld
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen