bijstand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·stand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijstand -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bijstand m

  1. in algemene zin: geboden hulp, ondersteuning
    • Met bijstand van het buurland wist men de vijand het hoofd te bieden. 
  2. (economie) (regering) een van staatswege geboden basisuitkering aan iemand die geen inkomen heeft
    • Hij moet van de bijstand zien rond te komen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl