bite

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to bite
he/she/it bites
verleden tijd bit
voltooid
deelwoord
bitten
onvoltooid
deelwoord
biting
gebiedende wijs bite

Werkwoord

bite

  1. bijten
    «The man was bitten on the leg while swimming with a spearfishing group.»
    De man werd tijdens het zwemmen met een harpoenvissergroep in het been gebeten.


enkelvoud meervoud
bite bites

Zelfstandig naamwoord

bite

  1. beet
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·te
vervoeging
onbepaalde wijs bite
tegenwoordige tijd biter
verleden tijd bet
beit
voltooid
deelwoord
bitt
onvoltooid
deelwoord
bitende
lijdende vorm bites
gebiedende wijs bit
vervoegingsklasse Klasse 1 sterk
opmerking

Werkwoord

bite

  1. overgankelijk bijten
    «Hunden bet jenta.»
    De hond beet het meisje.



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·te
vervoeging
onbepaalde wijs bite
bita
tegenwoordige tijd bit
biter
verleden tijd beit
voltooid
deelwoord
bite
biti
onvoltooid
deelwoord
bitande
lijdende vorm bitast
gebiedende wijs bit
vervoegingsklasse Klasse 1 sterk
opmerking

Werkwoord

bite

  1. overgankelijk bijten
    «Hunden bit ikkje!»
    De hond bijt niet!