dar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dar
enkelvoud meervoud
naamwoord dar darren
verkleinwoord darretje darretjes

Zelfstandig naamwoord

dar m

  1. (insecten), (imkerij) mannelijke bij
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Catalaans

stamtijd
tegenw.
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dava dat
1e vervoeging volledig onregelmatig

Werkwoord

dar

  1. (verouderd) geven
Synoniemen


Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

dar v

  1. boom


Portugees

Werkwoord

dar

  1. geven


Roemeens

Woordafbreking
  • dar

Zelfstandig naamwoord

dar o

  1. gift, cadeau.

Voegwoord

dar

  1. maar


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • dar

Werkwoord

dar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dar
daba
dado
volledig
  1. (onovergankelijk) geven, verlenen
  2. in werking zetten, doen functioneren
  3. (~ a) uitzien op, uitkijken op
  4. (overgankelijk) geven, overhandigen, aanreiken
  5. geven, overhandigen, aanreiken
  6. opleveren, produceren
  7. toedienen
Synoniemen
Verwijzingen