bijgebouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·ge·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijgebouw bijgebouwen
verkleinwoord bijgebouwtje bijgebouwtjes

Zelfstandig naamwoord

bijgebouw o

  1. een gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort
    • Bij de Werverdijk langs de IJssel heeft 3000 jaar geleden vermoedelijk een boerderij gestaan met bijgebouwen.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen