bijzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijzetten
zette bij
bijgezet
zwak -t volledig

Werkwoord

bijzetten

  1. overgankelijk een laatste rustplaats geven
    • Hij werd bijgezet in het familiegraf. 
  2. overgankelijk (scheepvaart) zeilen ~: zeilen ontvouwen om meer wind te vangen
    • Er werden nog een aantal zeilen bijgezet omdat de wind afzwakte. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • alle zeilen bijzetten.
alle middelen inzetten om een doel te bereiken
  • kracht bijzetten aan iets
een middel aanwenden om een bepaalde zaak te steunen

Werkwoord

vervoeging van
bijzetten

bijzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van bijzetten
    • ...dat wij bijzetten. 
    • ...dat jullie bijzetten. 
    • ...dat zij bijzetten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.