bijzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijzetten


zette bij


bijgezet


zwak -t volledig

Werkwoord

bijzetten

  1. (overgankelijk) een laatste rustplaats geven
    Hij werd bijgezet in het familiegraf.
  2. (overgankelijk) (scheepvaart) zeilen ~: zeilen ontvouwen om meer wind te vangen
    Er werden nog een aantal zeilen bijgezet omdat de wind afzwakte.
Uitdrukkingen en gezegden
  • alle zeilen bijzetten.
alle middelen inzetten om een doel te bereiken
  • kracht bijzetten aan iets
een middel aanwenden om een bepaalde zaak te steunen

Werkwoord

vervoeging van
bijzetten

bijzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van bijzetten
    ...dat wij bijzetten.
    ...dat jullie bijzetten.
    ...dat zij bijzetten.