bijenkorf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Bijenkorven met imker
Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·en·korf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijenkorf bijenkorven
verkleinwoord bijenkorfje bijenkorfjes

Zelfstandig naamwoord

bijenkorf m

  1. (insecten) kunstmatige behuizing waarbinnen een bijenvolk zijn raten kan bouwen, oorspronkelijk in de vorm van een gevlochten korf
    De imker had wel 20 bijvenkorven.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie