bijenkorf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Bijenkorven met imker
Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·en·korf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijenkorf bijenkorven
verkleinwoord bijenkorfje bijenkorfjes

Zelfstandig naamwoord

bijenkorf m

  1. (insecten) kunstmatige behuizing waarbinnen een bijenvolk zijn raten kan bouwen, oorspronkelijk in de vorm van een gevlochten korf
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen