wesp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Wesp
Uitspraak
Woordafbreking
  • wesp
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord wesp wespen
verkleinwoord wespje wespjes

Zelfstandig naamwoord

wesp v/m

  1. (insecten) Apocrita op Wikispecies een zwart-geel gestreept vliesvleugelig insect dat geen mier of bij is
     Het leek alsof ik door duizenden wespen tegelijk werd gestoken, zo pijnlijk was het.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord wesp wespe

Zelfstandig naamwoord

wesp

  1. (insecten) wesp
Synoniemen