bijdehand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·de·hand
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bijdehand bijdehanter bijdehandst
verbogen bijdehante bijdehantere bijdehandste
partitief bijdehands bijdehanters -

Bijvoeglijk naamwoord

bijdehand

  1. snel en gevat van reactie
    • Het bijdehante meisje haalde allemaal goede punten voor haar proefwerken. 
  2. brutaal
    • De bijdehante jongen had zijn weerwoord gelijk klaar. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen