bijdehand
Uiterlijk
- bij·de·hand
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bijdehand | bijdehanter | bijdehandst |
| verbogen | bijdehante | bijdehantere | bijdehandste |
| partitief | bijdehands | bijdehanters | - |
bijdehand
bijdehand
- snel en gevat van reactie
- ▸ 'Maar meen je nou echt dat het daar mooier was dan hier?' probeerde hij zo zonder al te bijdehand over te komen.[2]
- Het woord bijdehand staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bijdehand" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ bijdehand op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %