bijgieten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·gie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijgieten
goot bij
bijgegoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

bijgieten

  1. overgankelijk gietend aanvullen
    • Ik heb wat water bijgegoten omdat de planten er wat verlept uitzagen. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.