bijnaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijnaam bijnamen
verkleinwoord bijnaampje bijnaampjes

Zelfstandig naamwoord

bijnaam m

  1. breed bekende, niet-officiële naam van een persoon, een groep van personen of een zaak
    • Er zijn vele bekende Nederlanders met een bijnaam, zoals "de kromme". 
    • "De Zwaan" is een bekende bijnaam voor de Erasmusbrug. 
     Volgens hem is er veel veranderd sinds Limburg een kwart eeuw geleden na een reeks smeergeldzaken de bijnaam ‘vriendenrepubliek’ kreeg.[2]
     Tijdens een overtocht van de Atlantis werden in krap vier weken tijd 62 kinderen geboren. In kranten en journaals doken de bijnamen ooievaarsschip en babyschip op.[3]
     Vóór de Franse tijd waren familienamen een soort bijnamen, die pas hun beslag kregen als ze bij een officiële gelegenheid – een huwelijk of het opstellen van een contract – op papier werden gezet, zegt Brouwer.[4]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 oktober 2020 Weblink bron Joep Dohmen “Het verzwegen bedrijf van de Limburgse Napoleon” (14 oktober 2020) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 20 oktober 2020 Weblink bron Ewoud Sanders “Volendine, geboren op de ‘Volendam’” (7 oktober 2020) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 20 oktober 2020 Weblink bron Bart Funnekotter “Waarom heten er meer mensen Van Boxtel dan Van Amsterdam?” (9 oktober 2020) op nrc.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be