bijlichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·lich·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijlichten
lichtte bij
bijgelicht
zwak -t volledig

Werkwoord

bijlichten

  1. (overgankelijk) licht laten schijnen op de handen van iemand die ergens mee bezig is
    Zou je me even kunnen bijlichten?
Hyperoniemen
Vertalingen