bijhouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijhouden
hield bij
bijgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

bijhouden

  1. overgankelijk zorgen dat de gegevens volledig zijn
  2. overgankelijk zorgen dat men gelijke tred houdt
    • Het is moeilijk om mijn kwieke vader bij te houden met lopen. 
  3. overgankelijk zorgen dat een vaardigheid niet verloren gaat
  4. overgankelijk iets onderhouden, zorgen dat het goed blijft
    • Je moet je huis, ook aan de buitenkant, goed bijhouden anders gaat het vervallen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.