bijhouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijhouden
hield bij
bijgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

bijhouden

  1. (overgankelijk) zorgen dat de gegevens volledig zijn
    De boekhouder houdt de boekhouding bij.
  2. (overgankelijk) zorgen dat men gelijke tred houdt
    Het is moeilijk om mijn kwieke vader bij te houden met lopen.
  3. (overgankelijk) zorgen dat een vaardigheid niet verloren gaat
    Je moet het pianospelen wel bijhouden anders verleer je het.
  4. (overgankelijk) iets onderhouden, zorgen dat het goed blijft
    Je moet je huis, ook aan de buitenkant, goed bijhouden anders gaat het vervallen.