bijhouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijhouden
hield bij
bijgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

bijhouden

  1. overgankelijk zorgen dat de gegevens volledig zijn
    • Volgens Pararius zijn de huren nu op het hoogste punt sinds begin 2010, hét moment dat het verhuurplatform voor het eerst deze gegevens is gaan bijhouden. In deze berekeningen zijn overigens niet alleen de kale huren meegenomen, maar ook gestoffeerde en gemeubileerde woningen. [1] 
    • De boekhouder houdt de boekhouding bij. 
  2. overgankelijk zorgen dat men gelijke tred houdt
    • Het is moeilijk om mijn kwieke vader bij te houden met lopen. 
  3. overgankelijk zorgen dat een vaardigheid niet verloren gaat
  4. overgankelijk iets onderhouden, zorgen dat het goed blijft
    • Je moet je huis, ook aan de buitenkant, goed bijhouden anders gaat het vervallen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Natasja de Groot 10-01-17 Huurhuis is niet meer te betalen