hommel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hom·mel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mannetjesbij’ voor het eerst aangetroffen in 1301 [1]
  • [1] en [3] afgeleid van het klanknabootsende Middelnederlands hommelen (met het achtervoegsel -el [2])
enkelvoud meervoud
naamwoord hommel hommels
verkleinwoord hommeltje hommeltjes

Zelfstandig naamwoord

hommel v/m

  1. (insecten) insect uit het geslacht Bombus op Wikispecies dat in de taxonomie wordt beschouwd als een grote harige bij [2]
  2. (plantkunde) hopplant [3]
  3. (muziek) muziekinstrument, verwant aan de doedelzak [4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen