alzo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·zo
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

alzo

  1. (verouderd) op deze manier, in deze vorm (plechtig, met nadruk)
    • We hebben nog overwogen om ook Hermans in de redactie te vragen, om alzo ook Criterium te fuseren, maar zonder dat worden we ook wel het enige. [2]
  2. (verouderd) om deze reden, in deze situatie
    • Kan alzo worden gewezen op verheugende resultaten, niet mag worden beweerd, dat de Rotterdamsche Kunststichting haar doel reeds bereikt heeft. [3]
Synoniemen

Voegwoord

alzo

  1. (verouderd) op een manier als
  2. (verouderd) op het moment dat
  3. (verouderd) als gevolg van het feit dat of de overweging dat
    • Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de op 12 december 2015 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst van Parijs ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft, alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;(…) [4]
Synoniemen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Straten, H. van "brief aan Max de Jong" (12 maart 1947) in: Jong, M de & H. van Straten (ed. K. Stel) Ik ben een echt genie. De briefwisseling van Max de Jong en Hans van Straten 1942-1951 (2014); ISBN 978-90-9028128-5; p. 52; geraadpleegd 2017-08-16
  3. Rotterdamsche Kunststichting "Jaarverslag 1946-1947" p. 29, geciteerd in: Bouma, G. Een gezond en opgewekt kunstleven. Een studie in kunstbeleid te Rotterdam (1946-2011). (2012) Trichis publishing, Rotterdam; ISBN 978-94-90608-38-5; p. 21; geraadpleegd 2017-08-16
  4. "Rijkswet van 5 juli 2017, houdende goedkeuring van de op 12 december 2015 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst van Parijs" in: Willem-Alexander Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden jrg. 2017 nr. 214 (6 juli 2017); geraadpleegd 2017-08-16


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
alzar

alzo

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van alzar
vervoeging van
alzarse

alzo

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van alzarse