alweer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·weer

Bijwoord

alweer

  1. opnieuw, nogmaals, wederom, weer
    • 'Het geeft niets dat je de som alweer fout hebt gemaakt, we gaan het gewoon nog een keer proberen' zei de geduldige juffrouw tegen het teleurgestelde kind. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.