alweer
Uiterlijk
- al·weer
- samenstelling van al en weer
alweer
- opnieuw, nogmaals, wederom, weer
- 'Het geeft niets dat je de som alweer fout hebt gemaakt, we gaan het gewoon nog een keer proberen' zei de geduldige juffrouw tegen het teleurgestelde kind.
- ▸ Natuurlijk, natúúrlijk, werd hij verliefd op een Duitse hippie die op blote voeten op rondreis was door Latijns-Amerika, maar dat was voordat hij zich realiseerde in welk schril contrast zij stond met de plek waar ze vandaan kwam: Frankfurt am Main. Hij had het daar nog geen twee maanden volgehouden of hij vertrok alweer, afgeschrikt door het decor waarin zijn liefdesleven zich moest afspelen - zonder haar, want zij wilde haar leven een wat stabielere wending geven.[1]
- ▸ Twee dagen later bood de volgende verleiding zich alweer aan: Casa de Luna. Het op een bord langs de weg geschreven zinnetje ’Er zijn twee soorten hikers: zij die naar Casa de Luna zijn geweest en zij die ervan balen dat ze niet zijn gegaan’, sprak boekdelen.[2]
- Het woord alweer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "alweer" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %