drinken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Drinken.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drin·ken
Woordherkomst en -opbouw
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
drinken drinkend
drank dronken
dronk gedronken
gedrink drinkbaar


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drinken
/'drɪŋkə(n)/
dronk
/drɔŋk/
gedronken
/ɣə'drɔŋkə(n)/
klasse 3 volledig

Werkwoord

drinken

  1. overgankelijk vloeistof nuttigen
    • Op warme dagen moet je veel drinken omdat je veel vocht verliest door te zweten. 
  2. gewoon zijn alcohol te gebruiken
    • Hij dronk zo veel dat hij er ziek van werd. 

    • Als je hebt gedronken mag je geen autorijden.
       
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
overmatig drinken
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Middelnederlands

Werkwoord

drinken

  1. drinken