geheel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·heel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geheel gehelen
verkleinwoord geheeltje geheeltjes

Zelfstandig naamwoord

geheel o

  1. alle delen zonder uitzondering
    • Het geheel is vaak meer dan de som van de delen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een goede gevel versiert het (gehele) huis
  • Een rotte appel in de mand maakt de gehele vrucht tot schand
  • Geeft men hem de vinger, dan neemt hij de gehele hand
Vertalingen
stellend
onverbogen geheel
verbogen gehele
partitief geheels

Bijvoeglijk naamwoord

geheel

  1. op alle delen zonder uitzondering betrekking hebbend
    • Wikimedia is nu in de gehele wereld bekend. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen