altijd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·tijd
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

altijd

  1. op elk moment, blijvend
    • Dat kan altijd gebeuren. 
    • Ik zal altijd van je houden zei de man tegen zijn vrouw. 
  2. telkens opnieuw
    • Hij komt altijd te laat. 
  3. in elk geval
    • Dat gaat altijd fout. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Altijd het laatste woord willen hebben.
  • De boog kan niet altijd gespannen staan.
aan een stuk doorwerken is niet gezond, er moet ook rust tussendoor zijn
  • Een goed woord vindt altijd een goede plaats.
  • Een kat komt altijd op z'n pootjes terecht.
ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen
  • Een vliegende vogel heeft altijd meer dan een zittende.
iemand die veel buitenkomt krijgt altijd meer dan iemand die thuis blijft zitten
  • Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
men denkt dat anderen geen problemen hebben
  • Het is altijd koekoek éénzang.
altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven
  • Het leven gaat niet altijd over rozen.
het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers
  • Het oog ziet altijd van zich af.
de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel
  • Het water loopt altijd naar de zee.
mensen die veel hebben krijgen er ook altijd steeds meer bij
  • Niet geschoten, altijd mis.
als je het niet probeert, komt er ook niks van
  • Wie eens steelt is altijd een dief.
als iemand ooit heeft gestolen zal die altijd blijven stelen
  • Zijn haan moet altijd koning kraaien.
een bepaald iemand moet altijd z'n gelijk krijgen of zin krijgen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen