helemaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·le·maal
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: geheel en al’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • samenstelling van  heel  en  maal  met het invoegsel -e-  [2]

Bijwoord

helemaal

  1. in z'n geheel
    • Hij was helemaal nat geworden. 
     'Dertig jaar geleden zat het hier helemaal vol', zegt Claudette Bonin (60), serveerster van het Relais des Routier in Dordives. Nu zijn een paar tafels bezet voor de lunch.[3]
Uitdrukkingen en gezegden
  • van a tot z
helemaal
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen