helemaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·le·maal
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: geheel en al’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • samenstelling van  heel  en  maal  met het invoegsel -e-  [2]

Bijwoord

helemaal

  1. in z'n geheel
    • Hij was helemaal nat geworden. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • van a tot z
helemaal
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen