Naar inhoud springen

vloeistof

Uit WikiWoordenboek
  • vloei·stof
enkelvoud meervoud
naamwoord vloeistof vloeistoffen
verkleinwoord (vloeistofje) (vloeistofjes)

devloeistofv/m

  1. stof in die aggregatietoestand waarin het geen eigen vorm heeft, maar wel een eigen volume
    • Een vloeistof kan bevriezen tot een vaste stof of verdampen tot een gas. 
     Hete vloeistof verspreidde zich door mijn lichaam, een verdriet dat door me heen golfde en dat ik beslist niet voelen wilde.[4]
     Het was alsof er vloeistof door me heen ging, van mijn keel, naar mijn middenrif, naar mijn buik, naar alles daaronder.[5]
     Maren zit met een glas groene vloeistof in haar hand op het bed.[6]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. vloeistof op website: Etymologiebank.nl
  3. "vloeistof" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  6. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord vloeistof vloeistowwe

vloeistof

  1. vloeistof