Naar inhoud springen

algoritme

Uit WikiWoordenboek
  • al·go·rit·me
enkelvoud meervoud
naamwoord algoritme algoritmen
algoritmes
verkleinwoord

hetalgoritmeo

  1. (informatica) eindige reeks instructies om vanuit een gegeven begintoestand het daarbij behorende doel te bereiken
     Hij op zijn beurt kon algoritmes lezen zoals andere mensen boodschappenbriefjes.[3]
  2. (internet) programmatuur die bepaalt welke resultaten op een zoekmachine of bijdragen op social media eerder aan een gebruiker worden getoond worden
    • “Bewustzijn is een ongekend, schitterend cadeau dat we voor lief nemen en laten verpesten door technologische en politieke afleidingen. We hebben een ruimte in ons hoofd die volledig privé is, waarin we tegen onszelf praten, en we laten het koloniseren door algoritmen en AI.”[4] 
     De algoritmes hebben me goed te pakken en targetten me met sentiment waar ik achter sta of triggerende waanzin van partijen waar ik niks mee te schaften heb.[5]
  3. (wiskunde) schema om bepaalde berekeningen uit te voeren
  • Oorspronkelijk mannelijk (de algoritme); sinds de jaren 80 van de 20e eeuw in toenemende mate als onzijdig gezien.
91 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[6]
  • IPA: /algɔrɪtmɛ/
  • al·go·rit·me

algoritme

  1. vocatief enkelvoud van algoritmus