algoritme

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·go·rit·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord algoritme algoritmen
algoritmes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

algoritme o

  1. eindige reeks instructies om vanuit een gegeven begintoestand het daarbij behorende doel te bereiken
Opmerkingen
  • oorspronkelijk mannelijk (de algoritme); sinds de jaren 80 van de 20e eeuw in toenemende mate als onzijdig gezien
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /algɔrɪtmɛ/
Woordafbreking
  • al·go·rit·me

Zelfstandig naamwoord

algoritme

  1. vocatief enkelvoud van algoritmus