alfalfa

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Alfalfa

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·fal·fa
Woordherkomst en -opbouw
  • Via Engels en Spaans afkomstig van Arabisch الفصفصة al-fíṣfiṣa, al-fáṣfaṣa, "vers veevoer". [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord alfalfa -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

alfalfa v / m

  1. (groente), (plantkunde) de ontkiemde zaden van luzerne Medicago sativa op Wikispecies
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders
33 % van de Vlamingen.

Meer informatie