albatros

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ba·tros
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord albatros albatrossen
verkleinwoord albatrosje albatrosjes

Zelfstandig naamwoord

albatros m

  1. (vogels) een grote zeevogel met lange vleugels
    • Veel mensen vinden de albatros een mooie vogel. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen