eenheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van een met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord eenheid eenheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eenheid v

  1. bij elkaar horend geheel met kenmerkende eigenschappen.
    Deze mensen werden door deze dreiging tot een eenheid samengesmeed met gemeenschappelijk doel.
  2. maat waarin hoeveelheden worden uitgedrukt.
    De coulomb is de eenheid van lading.
  3. woonruimte
    De lounge is een vrijstaande eenheid.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.



Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eenheid eenhede

Zelfstandig naamwoord

eenheid

  1. eenheid