allemachtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le·mach·tig
Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

allemachtig

  1. (krachtterm) een uitroep van verbazing
    • Allemachtig, heeft hij dat echt gezegd? 

Bijwoord

allemachtig

  1. (krachtterm) verbazingwekkend, bijzonder
    • Dan merk je pas goed hoe allemachtig groot Afrika is. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen