alle

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le
Woordherkomst en -opbouw

Onbepaald hoofdtelwoord

alle (indien samengegaan met een telbaar zelfstandig naamwoord)

  1. elke, geen uitgezonderd
    • Alle bewoners van ons flatgebouw hebben daar bezwaar tegen gemaakt. 

Onbepaald voornaamwoord

alle (indien samengegaan zonder een telbaar zelfstandig naamwoord)

  1. elke, geen uitgezonderd
    • Alle vloerbedekking werd verwijderd. 
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le

Bijwoord

  • alle leeg, op
Uitdrukkingen en gezegden
  • Das Geld ist alle.
Het geld is op.
  • Die Flasche ist alle.
De fles is leeg.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le
Naar frequentie 65

Onbepaald hoofdtelwoord

alle, mv (gebruikt met zelfstandig naamwoord)

  1. meervoudsvorm van all
Uitdrukkingen en gezegden
  • i alle fall
minstens , tenminste; in elk geval

Onbepaald voornaamwoord

alle, mv (gebruikt zonder zelfstandig naamwoord)

  1. meervoudsvorm van all
Uitdrukkingen en gezegden
  • alle sammen
met z'n allen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le

Onbepaald hoofdtelwoord

alle, mv (gebruikt met zelfstandig naamwoord)

  1. meervoudsvorm van all
Uitdrukkingen en gezegden
  • i alle fall
minstens , tenminste; in elk geval

Onbepaald voornaamwoord

alle, mv (gebruikt zonder zelfstandig naamwoord)

  1. meervoudsvorm van all


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le

Onbepaald voornaamwoord

alle

  1. al, alle
Schrijfwijzen

Bijvoeglijk naamwoord

alle

  1. alle, geheel, al
Opmerkingen