compleet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pleet
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid via het Franse complet ontleend aan het Latijnse complētus (‘volkomen, volledig’) en dat weer van plēre (vullen) met het voorvoegsel com- [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen compleet completer compleetst
verbogen complete completere compleetste
partitief compleets completers -

Bijvoeglijk naamwoord

compleet [2]

  1. volledig, voltallig
    U kunt nu het complete album in de winkel kopen.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal