paling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1080 [1]
  • afgeleid van paal met het achtervoegsel -ing [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord paling palingen
verkleinwoord palinkje palinkjes

Zelfstandig naamwoord

paling m

  1. (vissen) Anguilla anguilla op Wikispecies, een langwerpige consumptievis
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

enkelvoud meervoud
naamwoord paling palingen / palings
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

paling

  1. (vissen) paling; een langwerpige consumptievis
Synoniemen


Indonesisch

Bijwoord

paling

  1. meest, in de hoogste mate


Nedersaksisch

enkelvoud meervoud
naamwoord paling palingen / palings
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

paling

  1. (vissen) paling; een langwerpige consumptievis
Synoniemen