bloemplanten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloem·plan·ten
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bloemplanten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bloemplant
     In de periode tot 1918 legde de dienst de Nieuwe Scheveningse Bosjes en de Bosjes van Poot aan, kregen het Frederik Hendrikplein en Newtonplein 'een beplanting: en werden ook in het Bezuidenhout, Valkenboskwartier en het Statenkwartier vele bomen, bloemplanten en struiken geplant.[1]
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (plantkunde) grootste groep binnen de landplanten, die zich kenmerkt door het vormen van bloemen en vruchten, Magnoliopsida op Wikispecies
     Het zou betekenen dat bestuiving door kevers al vér voor het ontstaan van de eerste bloemplanten plaatsvond (zo’n 130 miljoen jaar geleden).[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 21 mei 2022 Weblink bron M.J. Veersema “Met Westbroek begon het grote werk van Haagse plantsoenendienst” (14 april 1982) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 21 mei 2022 Weblink bron Gemma Venhuizen “Kevertje was vroege bestuiver” (17 augustus 2018) op nrc.nl