albedil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·be·dil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord albedil albedillen
verkleinwoord albedilletje albedilletjes

Zelfstandig naamwoord

albedil m

  1. een bemoeial die alles wil beslissen
    • Wees toch niet zo'n albedil! 
Synoniemen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
5 % van de Vlamingen.

Verwijzingen