el

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • el
enkelvoud meervoud
naamwoord el ellen
verkleinwoord elletje elletjes

Zelfstandig naamwoord

el v/m

  1. (eenheid), (verouderd) een oude lengtemaat gebaseerd op de lengte van de menselijke ellepijp, gewoonlijk 60 à 70 centimeter
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Catalaans

Lidwoord

el m enk

  1. de, het

Persoonlijk voornaamwoord

el m enk

  1. hem, het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)


Nynorsk

Werkwoord

el
  1. verouderde spelling of vorm van aler van vóór 2012
(verouderd) tegenwoordige tijd van ala en ale


Retoromaans

Persoonlijk voornaamwoord

el

  1. derde persoon enkelvoud: hij
    «El pled Rumantsch.»
    Hij praat Retoromaans.


Spaans

Lidwoord

el m enk

  1. de, het



Turks

enkelvoud meervoud
nominatief   el     eller  
genitief   elin     ellerin  
datief   ele     ellere  
accusatief   eli     elleri  
locatief   elde     ellerde  
ablatief   elden     ellerden  

Zelfstandig naamwoord

el

  1. (anatomie) hand