alledag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le·dag
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

alledag

  1. gewoon, niet bijzonder, steeds terugkerend

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Troonrede 2016