durfal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • durf·al
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord durfal durfallen
durfals
verkleinwoord durfalletje durfalletjes

Zelfstandig naamwoord

durfal m [3]

  1. iemand die alles durft
    • Een van de moeilijkste eetwedstrijden in de stad is te vinden in Brooklyn, bij het Mexicaanse restaurant Don Chingon. Hier worden durfals uitgedaagd om binnen een uur een burrito van 13,5 kilo te eten en die weg te spoelen met een margarita gemaakt met de heetste chilipeper van de wereld, de Naga Jolokia. De prijs: jaarlijks tien procent van de winst krijgen of een bedrag van vijfduizend dollar ontvangen. Van de veertien mensen - onder wie een programmeur van Google - die probeerden het monsterlijke gerecht van meer dan 25.000 calorieën op te eten, lukte het nog niemand, zegt eigenaar Vic Robey aan de bar van het hippe restaurant. „Als iemand een deel van ons restaurant wil verwerven moet hij zich echt bewijzen.” Niemand komt verder dan een kleine drie kilo, ook ‘professionele’ eters niet.[4] 
    • Al meer dan twee seizoenen een succes en ook komend seizoen zijn we nog niet klaar met ruches. De durfal draagt ze in laagjes over elkaar - boord, mouw én broekspijp. Mooi met platte schoenen.[5]  
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen