eenjarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van een en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen eenjarig
verbogen eenjarige
partitief eenjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

eenjarig [1] [2]

  1. één jaar oud
  2. één jaar durend
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen