nul
Uiterlijk
| 0 | 0 | 0 | 0 |
nul,
op een abacus
op een abacus
- nul
nul
- 0, één minder dan één
- om een hoeveelheid aan te geven
- De totale kosten bedragen nul euro zevenendertig cent.
- ▸ We roeien onszelf uit door het geboortecijfer tot nul terug te brengen, en de vergrijzing zijn werk te laten doen.[3]
- ▸ Na zoveel drank had ik rust nodig en ik besloot een zero te nemen, dat wil zeggen nul kilometers lopen en een hele dag bijkomen.[4]
- om de plaats nog voor het eigenlijke begin van een volgorde aan te geven
- ▸ In de scheepvaart bestaat "regel nul", die niet in wetjes te vinden is. Dat gaat over goed zeemanschap, rekening houden met je mede-schippers.[5]
- om een hoeveelheid aan te geven
|
|
- [1.1] beneden nulmet negatieve waarde
- [1.2] met de blik op oneindig en het verstand op nulvoortgaand zonder bezinning op de vraag of dat nog zinvol is
- [1.1] onder nul(meteorologie) lager dan het vriespunt van water
(figuurlijk) heel erg slecht, op een uiterst laag niveau
- • de stemming was onder nul gedaald.
- [1.1] tot nul reducerenzo ver verminderen dat er niets van over is
- [1.2] uit het jaar nulheel primitief, niet adequaat
- [1.2] van nul af aanmet een start waarbij nog niets was voorbereid
- [1.1] van nul en gener waardewaardeloos, zonder zinvolle werking of betekenis
- [1.2] vanaf nul beginnenzonder enige voorbereiding met niets beginnen
- [1.1] delen door nul is flauwekul(wiskunde) een deling door nul kan geen gedefinieerd resultaat opleveren
1. getal
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nul | nullen |
| verkleinwoord | nulletje | nulletjes |
- niks, de afwezigheid van iets
- ▸ Half wakker grabbel ik naast mijn bed, stoot mijn telefoon eronder, strek me en heb beet. Met mijn ochtendstem rochel ik mijn naam. Reactie: nul. De beller aarzelt even en hangt op.[6]
- (scheldwoord) iemand die nergens goed in of voor is
- (wiskunde) cijfer 0
- De hoofdletter O wordt gemakkelijk verward met een 0 (nul).
- (sport) toestand waarbij de tegenstander in een wedstrijd nog geen doelpunt heeft kunnen maken
- Dankzij goed werk van de keeper wist de ploeg de eerste helft de nul te houden.
- [1] alles
- [2] alleskunner
- [3] voorloopnul
- [4] brilstand
- [3] een nul in het getal zijnOnbelangrijk zijn
- [3] met een nulletje of twee(sport) met een geschatte eindstand van 2-0
- [1] nul komma nulHelemaal niets
- [1] nul op het rekest krijgenEen verzoek niet ingewilligd zien worden
- [3] de jaren nulHet eerste decennium van een eeuw
- Het woord nul staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nul" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[9] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "nul" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ nul op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Ouariachi, J.De mogelijkheden van het onmogelijke in: De Revisor., nr. 13 (2016), De Bezige Bij, Amsterdam, ISBN 9789023442707, p. 60 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron Greijn, J.“Balkenende en de verplatting” (14 december 2002) op trouw.nl
- ↑
Weblink bron Hulst, A.Sluitingstijdmuziek in: Tirade., 449 jrg. 57 nr. 3 (juli 2013), Van Oorschot, Amsterdam, p. 52 - ↑
Weblink bron Janssen, T.“Een spreekkoor is geen mening” (31 oktober 2015) op trouw.nl
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044632767 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
nul
- nul; getal, één minder dan één, in Arabische cijfers 0
nul
- nul; niks; de afwezigheid van iets
| Telwoord (afr) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 0 | ||||
| 1 | 11 | 10 | 100 | 103 |
| 2 | 12 | 20 | 200 | 106 |
| 3 | 13 | 30 | 300 | 109 |
| 4 | 14 | 40 | 400 | |
| 5 | 15 | 50 | 500 | |
| 6 | 16 | 60 | 600 | |
| 7 | 17 | 70 | 700 | |
| 8 | 18 | 80 | 800 | |
| 9 | 19 | 90 | 900 | |
- nul
- Afgeleid van het Latijnse nullus
nul
nul
- nul; niks; de afwezigheid van iets
| Telwoord (dan) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 0 | ||||
| 1 | 11 | 10 | 100 | 103 |
| 2 | 12 | 20 | 106 | |
| 3 | 13 | 30 | 109 | |
| 4 | 14 | 40 | 1012 | |
| 5 | 15 | 50 | 1015 | |
| 6 | 16 | 60 | 1018 | |
| 7 | 17 | 70 | 1021 | |
| 8 | 18 | 80 | 1024 | |
| 9 | 19 | 90 | 1027 | |
nul
- nul in: Det Danske Sprog- og LitteraturselskabDen Dankse Ordbog
op website:ordnet.dk
| Telwoord (epo) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 0 | ||||
| 1 | 11 | 10 | 100 | 103 |
| 2 | 12 | 20 | 200 | 106 |
| 3 | 13 | 30 | 300 | 109 |
| 4 | 14 | 40 | 400 | 1012 |
| 5 | 15 | 50 | 500 | 1015 |
| 6 | 16 | 60 | 600 | 1018 |
| 7 | 17 | 70 | 700 | 1021 |
| 8 | 18 | 80 | 800 | 1024 |
| 9 | 19 | 90 | 900 | 1027 |
nul
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | nul | nuls |
| vrouwelijk | nulle | nulles |
nul
- (spreektaal) onbenullig, idioot, waardeloos
- «Cet ordi est vraiment nul comme truc.»
- Die computer is echt een waardeloos ding. [1]
- «Cet ordi est vraiment nul comme truc.»
| Telwoord (fry) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 0 | ||||
| 1 | 11 | 10 | 100 | 103 |
| 2 | 12 | 20 | 200 | 106 |
| 3 | 13 | 30 | 300 | 109 |
| 4 | 14 | 40 | 400 | 1012 |
| 5 | 15 | 50 | 500 | 1015 |
| 6 | 16 | 60 | 600 | 1018 |
| 7 | 17 | 70 | 700 | 1021 |
| 8 | 18 | 80 | 800 | 1024 |
| 9 | 19 | 90 | 900 | 1027 |
nul
- nul
- Afgeleid van het Latijnse nullus
nul
- nul; getal, één minder dan één, in Arabische cijfers 0
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nul | nullen |
| verkleinwoord |
nul
- nul; niks; de afwezigheid van iets
- IPA: /nʊl/
- nul
nul
- nul
nul
- nul; getal, één minder dan één, in Arabische cijfers 0
nul
- nul; niks; de afwezigheid van iets
- nul
nul
- (Münsterlands) nul; getal, één minder dan één, in Arabische cijfers 0
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Hoofdtelwoord in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Meteorologie in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheldwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Achterhoeks
- Hoofdtelwoord in het Achterhoeks
- Zelfstandig naamwoord in het Achterhoeks
- Woorden in het Afrikaans
- Hoofdtelwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 3
- Hoofdtelwoord in het Deens
- Woorden in het Esperanto
- Woorden in het Esperanto van lengte 3
- Hoofdtelwoord in het Esperanto
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 3
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Woorden in het Fries
- Hoofdtelwoord in het Fries
- Woorden in het Nedersaksisch
- Hoofdtelwoord in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Hoofdtelwoord in het Tsjechisch
- Hoofdtelwoordsvorm in het Tsjechisch
- Woorden in het Twents
- Hoofdtelwoord in het Twents
- Zelfstandig naamwoord in het Twents
- Woorden in het Westfaals
- Hoofdtelwoord in het Westfaals
- Münsterlands