eennachtsijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·nachts·ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eennachtsijs -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eennachtsijs o

  1. een dunne laag ijs gevormd na de vorst van een enkele nacht
    • Decemberdag
      witberijpte rietpluimen
      wiegend in oostenwind
      eenden glibberend op eennachtsijs
      winterwraak[1]
       
Uitdrukkingen en gezegden
  • Niet over eennachtsijs gaan.
Voorzichtig zijn, niet overhaast handelen.

Gangbaarheid

Verwijzingen