zestig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Soroban 0.svg Soroban 0.svg Soroban 6.svg Soroban 0 c.svg
0 0 6 0
zestig,
op een abacus


Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·tig
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

zestig

  1. "60", het getal tussen negenenvijftig en eenenzestig, zes maal tien
    1. om een hoeveelheid aan te geven
      • De totale kosten bedragen zestig euro en zevendertig cent. 
    • Ik ben vandaag zestig jaar oud geworden. 
    1. om een plaats in een volgorde aan te geven
      • Het juiste antwoord op opgave zestig is "42". 
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

werkwoord afgeleid van "zestig" ht

bijvoeglijk naamwoord samengesteld met "zestig" ht

bijwoord

rangtelwoord

hooftelwoorden samengesteld met "zestig" ht als linkerdeel

hooftelwoorden samengesteld met "zestig" ht als rechterdeel
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord zestig zestigs
verkleinwoord zestigje zestigjes

Zelfstandig naamwoord

zestig v / m

  1. dat wat in een (rang)ordening met 60 is aangeduid
    • Het is weer de zestig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen? 
    • Haar eenenzestigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de zestig eenmaal voorbij was. 

zestig mv

  1. groep van 60 eenheden
    • De zestig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen