oneindig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ein·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oneindig oneindiger oneindigst
verbogen oneindige oneindigere oneindigste
partitief oneindigs oneindigers -

Bijvoeglijk naamwoord

oneindig

  1. zonder einde, geweldig groot
    • Haar komische timing is waanzinnig, de kwetsbaarheid die ze eronder legt is zo mogelijk nog indrukwekkender. Haar koningin Anne is als de film zelf: verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch. Wereldvreemd, en daarmee juist zo menselijk. [4] 
  2. heel erg lang
    • Het is net zoiets als vierendelen, daar heb je gelijk in, maar het voordeel van de rekbank is dat je het tempo van het proces volledig onder controle hebt en dat je het oneindig lang kunt laten duren. [5] 
Synoniemen
Vertalingen
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
1066 1069 1072 1099 10100 10120 10303 103003

Onbepaald hoofdtelwoord

oneindig

  1. (wiskunde) getal dat groter is dan elk reëel getal
    • Wat mij betreft mag de pensioenleeftijd voor televisietalent naar oneindig. [6]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen