oneindig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ein·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oneindig oneindiger oneindigst
verbogen oneindige oneindigere oneindigste
partitief oneindigs oneindigers -

Bijvoeglijk naamwoord

oneindig

  1. zonder einde, geweldig groot
Vertalingen
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303

Onbepaald hoofdtelwoord

oneindig

  1. (wiskunde) getal dat groter is dan elk reëel getal
    • Wat mij betreft mag de pensioenleeftijd voor televisietalent naar oneindig. [4]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen