enerlei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ener·lei
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van een met het invoegsel -er- met het achtervoegsel -lei
stellend
onverbogen enerlei
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

enerlei

  1. van één enkele aard, hetzelfde
    • Dat is slechts voor enerlei uitleg vatbaar: hij is schuldig. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.