ene

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ene

Bijvoeglijk naamwoord

ene (verbogen vorm van één)

  1. gebruikt in tegenstelling tot ander
    De ene man doet het wel, de ander niet.
  2. gebruikt om een eenzame uitzondering aan te geven
    Die ene keer dat je je vergiste zal je heus niet aangerekend worden.
  3. gebruikt om onbekendheid aan te geven
    Ene meneer Jansen schijnt daarover bezwaar gemaakt te hebben.


Ewe

Telwoord (ewe)
1 11 10 100 103
2 12 20 106
3 13 30
4 14 40
5 15 50
6 16 60
7 17 70
8 18 80
9 19 90

Hoofdtelwoord

ene

  1. vier