vijftig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Soroban 0.svg Soroban 0.svg Soroban 5.svg Soroban 0 c.svg
0 0 5 0
vijftig,
op een abacus


Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • vijf·tig
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

vijftig

  1. "50", het getal tussen negenenveertig en eenenvijftig, vijf maal tien
    1. om een hoeveelheid aan te geven
      • De totale kosten bedragen vijftig euro en zevendertig cent. 
    2. om een plaats in een volgorde aan te geven
      • Het juiste antwoord op opgave vijftig is "42". 
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

bijvoeglijk naamwoord samengesteld met "vijftig" ht

bijwoord

rangtelwoord

hooftelwoorden samengesteld met "vijftig" ht als linkerdeel

hooftelwoorden samengesteld met "vijftig" ht als rechterdeel
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord vijftig vijftigs
verkleinwoord vijftigje vijftigjes

Zelfstandig naamwoord

vijftig v / m

  1. dat wat in een (rang)ordening met 50 is aangeduid
    • Het is weer de vijftig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen? 
    • Haar eenenvijftigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de vijftig eenmaal voorbij was. 

vijftig mv

  1. groep van 50 eenheden
    • De vijftig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen