eenieder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·ie·der
Woordherkomst en -opbouw

Onbepaald voornaamwoord

eenieder

  1. ieder persoon afzonderlijk
    • Hij werd door eenieder gehoogacht. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be