binair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·nair
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tweeledig’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • afgeleid van het Franse binaire met het achtervoegsel -air [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen binair binairder binairst
verbogen binaire binairdere binairste
partitief binairs binairders -

Bijvoeglijk naamwoord

binair

  1. (wiskunde) in of volgens paren ofwel volgens een talstelsel met grondtal twee
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen