Naar inhoud springen

uiteen

Uit WikiWoordenboek
  • uit·een

bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord

  1. uit elkaar, vaneen
    uiteengaan: na de demonstratie ging de hele menigte vredig uiteen.
    uiteenspatten:
     Ze mikt op de gevel maar door haar krachteloze worp spat de fles uiteen op de tegels.[1]
98 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be