uiteen
Uiterlijk
- uit·een
- samenstelling van uit en een
bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- uit elkaar, vaneen
- uiteengaan: na de demonstratie ging de hele menigte vredig uiteen.
- uiteenspatten:
- ▸ Ze mikt op de gevel maar door haar krachteloze worp spat de fles uiteen op de tegels.[1]
- Het woord uiteen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "uiteen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %