zeven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]

Hoofdtelwoord

zeven

  1. het gehele getal tussen zes en acht, in Arabische cijfers 7, in Romeinse cijfers VII
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een op de zeven.

  • Elke zevende.
enkelvoud meervoud
naamwoord zeven zevens
verkleinwoord zeventje zeventjes

Zelfstandig naamwoord

zeven v / m

  1. het getal 7.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zeven
zeefde
gezeefd
zwak -d volledig

Werkwoord

zeven

  1. overgankelijk de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zeven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zeef

Verwijzingen