vijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
10100 10303
Uitspraak
Woordafbreking
  • vijf
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]

Hoofdtelwoord

vijf

  1. getal dat komt na vier en vóór zes, in Arabische cijfers 5, in Romeinse cijfers V
    • De meeste Tetrapoda hebben vijf vingers en vijf tenen aan hun handen en voeten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
  • Romeinse cijfers: V
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord vijf vijven
verkleinwoord vijfje vijfjes

Zelfstandig naamwoord

vijf v/m

  1. het teken 5
    • Het getal 35255 bevat drie vijven. 
  2. het cijfer vijf
    • Hij had maar een vijfje voor zijn wiskunde gekregen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen